Plaspillen, bloeddrukverlagers, slaapmiddelen, antidepressiva, spierverslappers, sommige pijnstillers en hormonen kunnen urineverlies veroorzaken of verergeren. Soms doordat ze de urineproductie verhogen, soms doordat ze de blaasuitgang ontspannen of het gevoel van aandrang dempen. Naar schatting speelt bij een op de vijf volwassenen met nieuw urineverlies een medicijn mee. Stop nooit zelf, maar bespreek het met de huisarts of apotheker; vaak is er een alternatief of een ander innametijdstip.
Hoe een medicijn urineverlies kan veroorzaken
Een medicijn kan op vier manieren ingrijpen op de blaas:
- Meer urine. De nieren maken meer urine aan, de blaas raakt sneller vol en de aandrang komt vaker en heftiger.
- Slappere blaasuitgang. De sluitspier of de spieren rond de plasbuis ontspannen, waardoor bij een drukstoot (niezen, tillen) urine ontsnapt.
- Minder gevoel. Je merkt de aandrang later of niet, of je wordt er 's nachts niet wakker van.
- Overloop. De blaas leegt zich niet goed, raakt overvol en verliest het teveel in kleine beetjes.
Welk mechanisme speelt, bepaalt wat de oplossing is. Daarom staat het in de tabel hieronder bij elke groep.
De zeven groepen en hoe ze werken
| Medicijngroep | Voorbeelden | Hoe het urineverlies ontstaat | Wat te bespreken |
|---|---|---|---|
| 1. Plaspillen (diuretica) | furosemide, bumetanide, hydrochloorthiazide, chloortalidon | meer urine, vooral in de 4-6 uur na inname | innametijdstip: 's ochtends in plaats van 's avonds; soms lagere dosis |
| 2. Bloeddrukverlagers | alfablokkers (doxazosine, tamsulosine), calciumantagonisten (amlodipine), ACE-remmers (hoestprikkel) | alfablokkers ontspannen de blaasuitgang; calciumantagonisten geven dikke enkels die 's nachts worden uitgeplast; ACE-remmers geven kriebelhoest en elke hoest is een drukstoot | ander middel binnen dezelfde groep of andere groep |
| 3. Slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen | temazepam, oxazepam, zolpidem, diazepam | je wordt 's nachts niet wakker van aandrang; sommige ontspannen ook de sluitspier | afbouwen onder begeleiding, lagere dosis, of een niet-medicamenteus slaapadvies |
| 4. Antidepressiva en antipsychotica | SSRI's (sertraline, paroxetine), tricyclische (amitriptyline, nortriptyline), antipsychotica | SSRI's kunnen aandrang verhogen; tricyclische middelen verminderen juist het blaasgevoel en kunnen overloop geven | ander middel; nooit zelf stoppen, afbouwen gaat in stappen |
| 5. Spierverslappers | baclofen, tizanidine, dantroleen | ontspannen ook de bekkenbodem en de sluitspier | dosis of tijdstip; bekkenbodemoefeningen ernaast |
| 6. Pijnstillers en opioïden | morfine, oxycodon, tramadol, codeïne | verminderd blaasgevoel, obstipatie die op de blaas drukt, overloop | laxeermiddel erbij, lagere dosis, ander middel |
| 7. Hormonen | oestrogeen-onttrekking na stoppen HRT; sommige progestagenen; bij mannen anti-androgenen (prostaatkanker) | minder stevig weefsel rond blaas en plasbuis; bij mannen zwakkere sluitspier | lokaal oestrogeen (crème of ring) bij vrouwen; bekkenbodemtraining bij mannen |
Niet in de tabel, wel vaak over het hoofd gezien: cafeïnehoudende pijnstillers (paracetamol met cafeïne), hoestdranken met efedrine, en lithium (meer dorst en meer urine). En alcohol, dat strikt genomen geen medicijn is maar hetzelfde doet als een plaspil.
Tijdstip van inname: de plaspil 's ochtends
De meest voorkomende en meest eenvoudige fix. Een plaspil werkt vier tot zes uur. Neem je hem om 20:00, dan plas je tussen 22:00 en 02:00 het meeste uit, precies de uren dat je slaapt. Neem je hem om 08:00, dan is het effect om 14:00 voorbij.
Hetzelfde geldt, minder sterk, voor bloeddrukverlagers die vocht uit de benen laten afvloeien, en voor slaapmiddelen: een kortwerkend middel vroeg in de avond is 's nachts uitgewerkt, een langwerkend middel niet.
Verander het tijdstip niet op eigen houtje. Bij sommige middelen (bijvoorbeeld bij hartfalen, waar twee giften per dag nodig zijn) ligt het schema vast. Vraag het aan de apotheker; die ziet in één oogopslag of een ander tijdstip kan.
Wat de apotheker kan doen
De apotheker is voor dit probleem vaak sneller en beter bereikbaar dan de huisarts, en kan drie dingen:
- Een medicatiebeoordeling. Alle middelen die je gebruikt naast elkaar, inclusief zelfzorgmiddelen en supplementen. Bij mensen met vijf of meer medicijnen is dit standaard en vergoed.
- Alternatieven voorstellen aan de huisarts. Binnen bijna elke groep bestaat een middel met minder effect op de blaas. De apotheker doet het voorstel, de huisarts beslist.
- Innametijden optimaliseren in je medicijnrol of weekdoos, zodat je er zelf niet meer aan hoeft te denken.
Neem je medicijnlijst mee, of vraag de apotheek hem te printen. Schrijf erbij sinds wanneer het urineverlies speelt; als dat samenvalt met een nieuw middel of een dosisverhoging, is het verband snel gelegd.
Intussen droog blijven
Een medicatieaanpassing is zelden van vandaag op morgen geregeld: afbouwen gaat in weken, en soms is het middel onmisbaar en het urineverlies de prijs. In beide gevallen is het verlies meestal matig (druppels tot scheutjes, zelden meer dan 100 ml per dag) en goed op te vangen met wasbaar ondergoed.
Kies op het moment van de dag waarop het verlies optreedt. Overdag, bij aandrang door een plaspil: een model met zeer sterke absorptie is genoeg. 's Nachts, bij slaapmiddelen of een avonddosis: een model tot 150 ml met een kern die doorloopt naar achteren. Hoe je dat kiest staat in 's nachts urine verliezen als volwassene. Alle modellen staan in de collectie wasbaar incontinentie ondergoed.
Voor ouderen die meerdere van deze middelen gebruiken, speelt vaak meer mee dan alleen de medicatie; lees urineverlies bij ouderen.
Wanneer naar de huisarts
- Als het urineverlies is begonnen binnen een maand na een nieuw medicijn of een dosisverhoging.
- Als je 's nachts urine verliest terwijl dat nooit eerder gebeurde.
- Als je het gevoel hebt dat de blaas niet leeg raakt, of een zwakke straal hebt (mogelijk overloop).
- Als je een middel gebruikt uit groep 3, 4 of 6 en wilt afbouwen: dat gaat alleen onder begeleiding.
Zeg bij de afspraak letterlijk: "Ik verlies urine sinds ik [middel] gebruik." Dat is de zin die het gesprek in de goede richting stuurt. Meer over wat er dan gebeurt lees je in wanneer naar de huisarts met urineverlies en in de veelgestelde vragen.
Veelgestelde vragen
Kan ik stoppen met mijn plaspil als ik urine verlies? Nee, niet zelf. Plaspillen worden voorgeschreven bij hartfalen, hoge bloeddruk of vochtophoping; stoppen kan gevaarlijk zijn. Vraag de apotheker of het tijdstip naar de ochtend kan; dat lost het nachtelijke verlies in de meeste gevallen op.
Veroorzaken antidepressiva urineverlies? Sommige wel. SSRI's zoals sertraline en paroxetine kunnen aandrang verhogen; tricyclische middelen zoals amitriptyline verminderen juist het blaasgevoel. Beide effecten zijn beschreven en er zijn alternatieven. Nooit zelf stoppen; afbouwen gaat in stappen met de huisarts.
Helpt het om de pil op een ander tijdstip te nemen? Bij plaspillen, sommige bloeddrukverlagers en kortwerkende slaapmiddelen vaak wel. Bij antidepressiva en spierverslappers meestal niet, omdat die continu werken. Vraag het aan de apotheker; verander het niet zelf.
Welk ondergoed als het verlies tijdelijk is? Begin met één stuk in plaats van een set. Bij VEA mag je bij je eerste bestelling één slip of boxer 30 dagen dragen en wassen; past het niet of is het verlies voorbij, dan krijg je je geld terug. Voor overdag zeer sterke absorptie, voor de nacht tot 150 ml.
Bronnen: Farmacotherapeutisch Kompas; NHG-standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen; NHG-standaard Mictieklachten bij mannen; KNMP Kennisbank. Dit artikel is informatief en vervangt geen medisch advies. Wijzig nooit zelf de dosis of het gebruik van een medicijn.